Discutabele geldzaken

Ik leg u enkele situaties voor zoals ik die van verschillende bestuursleden heb vernomen. Hoe kijkt u tegen de gebeurtenissen aan?

Domheid?

Het bestuur van een studentenvereniging had drukwerk besteld voor 5000 gulden. Na ontvangst heeft het bestuur de leverancier niet betaald want het product was niet goed.

Twee jaar later - en omdat het een studentenvereniging was, ook twee besturen verder - kreeg het bestuur een rechtszaak aan zijn broek: de leverancier wou betaald worden.

De rechter oordeelde dat de vereniging moest betalen. Daarbij speelde een rol dat, al was het drukwerk afgekeurd, de vereniging het wel had gebruikt voor het beoogde doel. En zoals een oud-bestuurslid zei: "Die uitgespaarde NLG 5000 waren al lang uitgeven."

De zaak speelde in het gulden-tijdperk; in die tijd stond internet nog in de kinderschoenen. Communicatie gebeurde schriftelijk, gewoonlijk via het woonadres van de secretaris. Aftreden, afstuderen en verhuizen maakten oud-bestuursleden lastig te benaderen. Dit maakte een minnelijke schikking uiteindelijk onmogelijk.

Voor de oud-bestuursleden gold dat de algemene vergadering hen had "gedechargeerd" - zij stonden daarom voor hun gevoel buiten de zaak en de vereniging vond dat zij dit bedrag niet op de toenmalige bestuursleden kon verhalen.

De vereniging zat dus met een onvoorziene uitgave van NLG 5000 - toch wel veel geld. 

Samengevat:

  • Bestuur A bestelt bij drukker X voor NLG 5000 drukwerk, ontvangt dit, keurt het af en betaalt niet.
  • Bestuur B (of ook nog A?) ziet de stapel drukwerk liggen en besluit het te gebruiken.
  • Bestuur C krijgt een rechtszaak aan de broek en moet X alsnog betalen.

Slordigheid?

De kleuterschool waar de kinderen van mijn mede-auteur (van Het besturen van stichtingen en verenigingen, Peter Kooijman) op zaten, had voor NLG 1500 knutselspullen (gekleurd papier, karton, lijm enz.) besteld. Er rijdt een bestelbusje voor en er wordt een groot pakket afgeleverd. Al het personeel is bezig met de kinderen en een van de juffen tekent snel even voor ontvangst.

Aan het eind van de dag, bij het uitpakken blijkt dat de zending uit twee colli bestond waarvan er maar één is ontvangen. Nabellen bij de leverancier en de vervoerder leverde niets op: het tweede collo was spoorloos. Maar ze hadden toch getekend voor ontvangst?

Een strop voor de school. De schade verhalen op degeen die voor ontvangst had getekend, zou onredelijk zijn.

Het is een situatie die zich ook in ieder bestuur en in iedere commissie voor kan doen.

Nalatigheid?

Elk jaar is het een paar keer raak: dan verdwijnt een penningmeester met het geld van de stichting of vereniging.

Het is van deze penningmeesters een onrechtmatige daad: het is niet hun eigen geld en zij mogen het zich niet toe-eigenen. Maar het gebeurt wel.

Na korte of langere tijd wordt de penningmeester in de kraag gevat en strafrechtelijk aangepakt. Heel fijn, maar daarmee is het geld nog niet terug. Bovendien duurt zo'n strafzaak lang, want het is een vermogensdelict (geen moord of doodslag) en het gaat maar om tienduizenden Euro's (en niet om miljoenen). En als de penningmeester uiteindelijk wordt veroordeeld tot een straf en tot het terugbetalen van het gestolen geld, dan blijkt hij dit niet te kunnen. Misschien volgt er een schuldsaneringsregeling en dan krijgt de stichting of vereniging na jaren een fractie van het gestolen bedrag terug.

In een stichting kijken de bestuursleden elkaar dan aan. Het bestuur had verzuimd, maatregelen te nemen om te voorkomen dat de penningmeester er met het geld vandoor kan gaan. Dus is er een collectieve schuld. Maar niemand heeft zin om zelf voor een deel van de schuld op te draaien en dus neemt de stichting stilzwijgend haar verlies.

Het kan zijn dat subsidiegevers gaan morren. In dat geval kunnen de bestuursleden schoorvoetend over de brug komen - het is slecht voor het eigen imago als de stichting moet inkrimpen of stoppen wegens beëindiging van de subsidies. (Donateurs hebben geen stem; een deel zal zijn donaties elders doen, maar de meesten blijven de stichting wel trouw. Van hen heeft het bestuur niets te vrezen.)

In een vereniging kunnen de leden via de algemene vergadering het bestuur aanspreken op het gebeurde. Ieder bestuurslid is verantwoordelijk voor de algemene gang van zaken (tenzij ...). Dus kan de algemene vergadering alle bestuursleden aansprakelijk stellen voor de schade die door hun nalatigheid is ontstaan.

Het ligt voor de hand dat de algemene vergadering het bestuur geen decharge verleent voor het beleid in het jaar waarin de penningmeester er met de poet vandoor ging.

Wanneer de bestuursleden aansprakelijk worden gesteld (en betalen), stellen zij natuurlijk op hun beurt de verdwenen penningmeester aansprakelijk. De kans is echter klein dat zij veel van het verdwenen geld terugzien.

(Zie mijn bog-post van februari 2017 (Veni, vidi, foetsi) voor hoe u kunt voorkomen dat de penningmeester voor de verleiding bezwijkt.)

Vraag

Hoe kijkt u tegen de geschetste situaties aan? Vindt u het redelijk en billijk dat de organisatie de schade voor haar rekening neemt? Zou u een verantwoordelijke aansprakelijk stellen? (En in het geval van het studentenbestuur: hoe bepaalt u wie verantwoordelijk is of zijn?) Denkt u dat een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering soelaas zou bieden?

Over dit blog

Elke maand, op de eerste of tweede dinsdag van de maand, publiceer ik een nieuw artikel, meestal naar aanleiding van een recent gesprek met een bestuurslid. Ik stuur hierover tegelijk een korte e-mail naar belangstellenden.

Geef u hier op voor deze korte e-mails.