Vorige maand knalde de stichting Droomwens

Vorige maand knalde de stichting Droomwens. Drie vragen:

  1. Wat is er gebeurd?
  2. Is zoiets te voorkomen?
  3. En nu het gebeurd is: wie is of zijn er aansprakelijk?

1. Wat is er gebeurd?

De voorzitter van de stichting Droomwens is gearresteerd op verdenking van fraude. Hij zou in de loop van de afgelopen tien jaar acht ton van de stichting voor eigen plezier (gokken, verbouwingen, gul leven) hebben gebruikt.

De website (stichtingdroomwens.nl) is uit de lucht gehaald.

2. Is zoiets te  voorkomen?

Het bestuur van de stichting bestond uit de voorzitter en zijn echtgenote als penningmeester. Er was geen raad van toezicht of iets dergelijks. Op zich is dit in orde, althans: de wet staat het toe.

De wet (Burgerlijk wetboek, Boek 2 Rechtspersonen, artikel 8) legt de bestuursleden wel het volgende op:

  1. Elke bestuurder is tegenover de rechtspersoon gehouden tot een behoorlijke vervulling van zijn taak. Tot de taak van de bestuurder behoren alle bestuurstaken die niet bij of krachtens de wet of de statuten aan een of meer andere bestuurders zijn toebedeeld.
  2. Elke bestuurder draagt verantwoordelijkheid voor de algemene gang van zaken. (...)

(Bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0003045/2016-07-01)

Beide bestuursleden gaan over alle bestuursaangelegenheden (behalve het voorzitten van bestuursvergaderingen - dat is wettelijk toebedeeld aan de voorzitter). Beide bestuursleden waren verantwoordelijk voor de algemene gang van zaken.

Zou de voorzitter "even" wat geld van de stichting willen "lenen" dan was het aan het andere bestuurslid, te bewaken dat hij het geleende geld teruggaf.

Bij behoorlijke vervulling van zijn taak had het tweede bestuurslid kunnen voorkomen dat de voorzitter de stichting leeghaalde. Het zal niet makkelijk geweest zijn, maar het had gekund.

3. Wie is of zijn aansprakelijk?

Lid 2 van artikel 8, hierboven, luidt volledig:

Elke bestuurder draagt verantwoordelijkheid voor de algemene gang van zaken. Hij is voor het geheel aansprakelijk terzake van onbehoorlijk bestuur, tenzij hem mede gelet op de aan anderen toebedeelde taken geen ernstig verwijt kan worden gemaakt en hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen van onbehoorlijk bestuur af te wenden.

Was hier sprake van onbehoorlijk bestuur? Ja, zeker! Lid 3 van het eerste wetsartikel over stichtingen (artikel 285) luidt:

Het doel van de stichting mag niet inhouden het doen van uitkeringen aan oprichters of aan hen die deel uitmaken van haar organen noch ook aan anderen, tenzij wat deze laatsten betreft de uitkeringen een ideële of sociale strekking hebben.

Het bestuur was het enige orgaan van de stichting. Een redelijke onkostenvergoeding is toegestaan, maar acht ton in tien jaar is geen redelijke onkostenvergoeding meer.

Er is dus sprake van onbehoorlijk bestuur.

In eerste instantie zijn beide bestuursleden ieder voor het geheel aansprakelijk, dat wil zeggen dat een curator bij elk van hen kan aankloppen met de boodschap "Wilt u even acht ton dokken?". Er is echter een tenzij - eigenlijk een tenzij en.

Dat de voorzitter aansprakelijk is, is wel zeker: hij streek het geld op en gaf het uit. Maar zijn echtgenote, de penningmeester?

De echtgenote zou onder de aansprakelijkheid uit kunnen komen als haar geen ernstig verwijt gemaakt kan worden - maar dat kan haar wel, want als penningmeester ging juist zij over het geld - en als zij niet nalatig is geweest - maar dat was zij wel, want zij heeft echter gedurende tien jaar geen maatregelen genomen.

Dus aan de voorwaarden om onder die aansprakelijkheid uit te komen, is in haar geval niet voldaan. Ergo: ook zij is hoofdelijk aansprakelijk voor het geheel.

Daarmee zijn beide bestuursleden hoofdelijk aansprakelijk.

En nu?

Wat gaat er nu gebeuren? Het Openbaar ministerie (OM) verzoekt de rechter, de stichting te ontbinden op basis van artikel 301 lid 1 en artikel 21 lid 3; de rechter benoemt een curator. De curator klopt bij de ex-bestuursleden aan met de eis het verdwenen geld terug te betalen. Op hun inkomen zal beslag gelegd worden.

Het enige probleem dat de curator heeft is: van een kikker kun je geen veren plukken. Het huis en de goederen (auto's?) die de bestuursleden bezitten, zullen dan worden verkocht om de vordering van de vereffenaar te betalen.

Omdat de schulden willens en wetens zijn gemaakt komen de bestuursleden niet in aanmerking voor schuldsanering. Geen aantrekkelijk vooruitzicht.

Hoe dan ook is hun reputatie in de gemeenschap aan gort.

Over dit blog

Elke maand, op de eerste of tweede dinsdag van de maand, publiceer ik een nieuw artikel, meestal naar aanleiding van een recent gesprek met een bestuurslid. Ik stuur hierover tegelijk een korte e-mail naar belangstellenden.

Geef u hier op voor deze korte e-mails.